Medische Encyclopedie – Apotheek Bernhardplein – Den Helder – Den Helder

Terug naar overzicht

Medische Encyclopedie

Inhoud

Angina pectoris

Wat is angina pectoris?

Bij hartkramp heeft u korte aanvallen van een drukkend, pijnlijk of benauwd gevoel in uw borstkas.

U krijgt de klachten als u zich inspant, bij kou, na vet eten of bij emoties. Uw hart krijgt even te weinig zuurstof. 
De klachten zijn meestal in een paar minuten over. 

Hartkramp komt het meest voor bij mensen ouder dan 65, bijna nooit bij mensen jonger dan 40. 

De hartspier heeft zuurstof nodig om goed te werken. De hartspier krijgt die zuurstof via bloedvaten die aan de buitenkant van het hart liggen. Deze heten de kransslagaderen.

Hartkramp komt doordat zo’n bloedvat nauwer is geworden (vaak door aderverkalking). Dit heeft te maken met bijvoorbeeld ouder worden, roken, ongezond eten, weinig bewegen en erfelijkheid.
Door vernauwde bloedvaten kan minder bloed stromen. Er kan dus ook minder zuurstof in de hartspier komen. 

Dit merkt u pas als het hart even wat harder moet werken. Bijvoorbeeld als u actief beweegt, de trap op loopt of sport. U kunt het ook merken als u opeens veel stress heeft of van de warmte in de kou komt.
Hierbij heeft het hart extra zuurstof nodig. Maar het hart krijgt dit niet. Dit geeft het drukkende, benauwde gevoel op de borst.

U kunt ook hartkramp krijgen tijdens een zware, vette maaltijd. Dit komt omdat er dan veel bloed naar de maag en darmen moet, en het hart minder krijgt. 

U kunt ook hartkramp krijgen bij koorts, bloedarmoede, ernstig COPD of een te snel werkende schildklier. 

 

Angina pectoris

Hartkramp is een waarschuwing dat het hart even te weinig zuurstof krijgt. Dit duurt meestal maar kort. Het hart beschadigt er dan niet door.  

De meeste mensen met hartkramp leven even lang als mensen zonder hartkramp. Zij hebben geen aanvallen meer als ze gezond leven en medicijnen gebruiken. Of ze hebben af en toe klachten, maar die worden niet erger. Dit heet stabiele angina pectoris. 

Als u ouder wordt, worden de bloedvaten van het hart steeds iets nauwer. Dit kan sneller gebeuren als u ongezond leeft. En minder snel als u gezond leeft.

De meeste mensen met hartkramp hebben géén verhoogde kans op een hartinfarct. Sommige wel. De hartspecialist onderzoekt dit en vertelt dit aan u.   

Kan ik er zelf iets tegen doen?

Wat kan de apotheker voor mij doen?

Speciaal bij angina pectoris

  • Bloeddruk meten

Een hoge bloeddruk zorgt voor een hoger risico op andere hart- en vaatziekten, net als angina pectoris. Het is daarom belangrijk dat uw bloeddruk in de gaten wordt gehouden. In sommige apotheken kan de apotheker uw bloeddruk meten. Ook kunt u zelf thuis uw bloeddruk meten, door gebruik te maken van een bloeddrukmeter. Uw apotheker kan u begeleiden in het zelf meten van uw bloeddruk.

  • Stoppen met roken

Roken zorgt voor een hoger risico op andere hart- en vaatziekten, net als angina pectoris. Daarom is het belangrijk te stoppen met roken. In de apotheek kunt u nicotinevervangende middelen kopen die u kunnen helpen bij het stoppen met roken. Uw apotheker kan u advies geven over het gebruik van deze middelen.

Roken kan ook de afbraak van bepaalde medicijnen versnellen. Als u stopt met roken, kan de hoeveelheid van die medicijnen in het bloed toenemen. Hierdoor kunnen ze sterker werken of bijwerkingen geven. U heeft dan een lagere dosering nodig. Geef het dus aan uw apotheker door als u stopt met roken. De apotheker kan dan controleren of de dosering van uw medicijn omlaag moet en dit doorgeven aan uw arts.

Uw apotheker zorgt ervoor dat u uw medicijnen goed en veilig kunt gebruiken. Het maakt niet uit of u een medicijn korte tijd of langdurig nodig heeft.

  • Receptcontrole

De apotheker controleert elk recept. Bijvoorbeeld: is het juiste medicijn voorgeschreven en meegegeven, is de dosering goed, kan het medicijn samen met andere medicijnen die u gebruikt. Als het nodig is, overlegt uw apotheker met uw huisarts of specialist.

  • Overzicht van uw medicijnen

Uw apotheker houdt bij welke medicijnen u gebruikt. U kunt in de apotheek altijd om een overzicht van uw medicijnen vragen. Dit kunt u bijvoorbeeld meenemen als u uw specialist bezoekt, in het ziekenhuis wordt opgenomen of naar het buitenland gaat.

  • Delen van informatie over uw medicijnen met andere zorgverleners

Uw apotheker, huisarts en het ziekenhuis kunnen informatie over uw medicijnen met elkaar delen als dat nodig is voor uw behandeling. Dit mag alleen als U daar toestemming voor geeft.

  • Begeleiding bij nieuwe geneesmiddelen

Krijgt u een medicijn dat u in de afgelopen 12 maanden niet hebt gebruikt? Dan krijgt u extra uitleg over deze medicijnen.

  • Ondersteuning als u uw medicijnen weleens vergeet in te nemen

De apotheker heeft daar hulpmiddelen voor. Als uw zorgverzekeraar toestemming geeft, kan uw apotheker uw medicijnen per dag en per tijdstip van inname in aparte zakjes voor u laten verpakken.

  • Persoonlijk gesprek over uw medicijnen

Heeft u vragen over uw medicijnen, of problemen met het gebruik? Bijvoorbeeld moeite met slikken van medicijnen, openmaken van de verpakking, of last van een vervelende bijwerking? Vraag uw apotheker om een persoonlijk gesprek. Hij kijkt dan samen met u welke mogelijkheden er zijn om uw probleem te verhelpen.

  • Medicatiebeoordeling

Uw apotheker en huisarts kunnen u uitnodigen voor een gesprek over uw medicijnen. Dit is mogelijk bij patiënten ouder dan 65 jaar die langdurig meer dan 5 medicijnen gebruiken. Samen met u bespreken ze of er verbetering mogelijk is. Als u bijvoorbeeld last hebt van bijwerkingen van een medicijn kan het soms vervangen worden door een ander medicijn.

  • Zelfzorg

Bij de apotheek kunt u terecht voor advies over medicijnen die u zonder recept (= zelfzorgmedicijnen) kunt kopen, voor verbandmiddelen en cosmetica. De apotheek kan zelfzorgmedicijnen voor u opnemen in uw medicatiedossier. Dan kan de apotheker controleren of u ze veilig samen met uw receptmedicijnen kunt gebruiken.

  • Bezorgservice

Bent u moeilijk ter been? Informeer bij uw apotheek of zij uw medicijnen bij u thuis kunnen bezorgen.

In welke gevallen kan ik beter naar de huisarts gaan?

Bel 112:

  • als u tijdens een aanval van hartkramp ook onrustig en misselijk bent, en zweet
    of 
  • als de druk op de borst niet weg is na 3 x een pilletje of spray onder de tong
    (tussendoor 5 minuten wachten, niet 3 pillen of sprays tegelijk) .

Deze klachten kunnen passen bij een hartinfarct. 

Bel direct uw huisarts of de huisartsenpost:

  • als u merkt dat u vaker aanvallen krijgt dan u gewend was 
  • als u bij steeds minder inspanning al klachten krijgt
  • als de klachten langer duren nadat u rustig bent gaan zitten of liggen
  • als u steeds vaker een pilletje of spray onder de tong nodig heeft.

Uw huisarts kijkt dan of u er medicijnen bij krijgt of kan u naar de hartspecialist sturen.

Welke medicijnen worden gebruikt bij

Vasodilatantia
Vasodilantia of bloedvatverwijdende middelen zijn middelen die (binnen enkele minuten) een aanval van hartkramp kunnen opheffen. Om een acute aanval op te heffen, worden tabletten of spray voorgeschreven die onder de tong worden gebruikt. Deze werken snel en kort. Ter voorkoming van een aanval van hartkramp worden gewone tabletten voorgeschreven die u elke dag moet innemen. Deze werken lang.

Voorbeelden zijn:

  • voor de behandeling van een acute aanval: isosorbidedinitraat en nitroglycerine voor onder de tong;
  • om een aanval te voorkomen (chronisch gebruik): isosorbidedinitraat, isosorbidemononitraat, nicorandil en nitroglycerine pleister.

Bètablokkers
Bètablokkers zijn middelen die de bloeddruk verlagen, de hartslag vertragen en de zuurstofbehoefte van het hart verminderen. Hierdoor ontstaat er minder snel een zuurstoftekort in de hartspier en kunnen aanvallen van hartkramp worden voorkomen. Voorbeelden zijn acebutolol, atenolol, bisoprolol, carvedilol, celiprolol, labetalol, metoprolol, oxprenolol, propranolol en sotalol.

Calciumblokkers
Calciumblokkers zijn middelen die de bloeddruk verlagen en de zuurstofbehoefte van het hart verminderen. Hierdoor ontstaat er minder snel een zuurstoftekort in de hartspier en kunnen aanvallen van hartkramp worden voorkomen. Voorbeelden zijn amlodipine, diltiazem, felodipine, nifedipine (vertraagde afgifte), nisoldipine en verapamil.

Ivabradine
Ivabradine vertraagt de hartslag. Het hart heeft dan minder zuurstof nodig, ontstaat er minder snel een zuurstoftekort in de hartspier en kunnen aanvallen van hartkramp worden voorkomen.

Antistollingsmiddelen
Antistollingsmiddelen remmen de vorming van bloedpropjes af en verminderen zo de kans op afsluiting van een bloedvat. Hierdoor wordt de kans op het krijgen van een hartinfarct verkleind. Voorbeelden zijn acetylsalicylzuur, carbasalaatcalcium, clopidogrel, prasugrel en ticagrelor.

Fondaparinux 
Fondaparinux vermindert het samenklonteren van bloed. Het wordt gebruikt bij een ziekenhuisopname door een speciale vorm van angina pectoris, de instabiele angina pectoris. Dit ontstaat door een bloedpropje en kan leiden tot een hartinfarct. Fondaparinux remt de vorming van bloedstolsels en vermindert de kans op een hartinfarct.